Tip
Ben je er op vrijdag? Dan is er een retromarkt op de Place Jehan-le-Bel en de Boulevard de la Constitution.
Rauw. Zacht en diep verstopt tussen het groen van de Belgische Ardennen. De zware industrie is verdwenen, het gonst er van de moderne vibes en je voelt het: Luik of Liège, komt eraan. Een stad met een bijzondere dynamiek en een stad die ontdekt moet worden. Onder een warm herfstzonnetje verkennen we de Maasstad en omgeving. Op de fiets!
Door Bianca Serraarens
Content Creator Kampioen
‘Zo hé, jarenzeventigentachtiggevoel’, zeg ik tegen fotograaf Jonathan die om de haverklap stopt omdat hij geen genoeg krijgt van de uitzichten. De zon is gul dit najaar en zonnestralen strelen de geelgekleurde bladeren aan de bomen. Die staan keurig in het gelid op de oevers van de Meuse, de Maas.
Daarachter zij aan zij opgesteld, staan de lage flatgebouwen, een mix van oud en nieuwer. Van verschillende stijlen door elkaar. Potsierlijke gevels naast strak en sober design. Ik denk opeens Berlijn. Ik denk zomaar Rotterdam en mijn melancholie en nostalgie vermengen zich met een hip gevoel.
Media niet beschikbaar
De derde stad van België was in de negentiende eeuw een rijke staalindustriestad. Na onder meer WOII en toenemende concurrentie uit andere landen, verdween de industrie. De laatste hoogovens sloten in 2011. De meeste bouwwerken die daarbij hoorden, zijn verdwenen.
Media niet beschikbaar
Op verschillende plekken zie je woontorens uit de jaren zeventig. Ze lijken van afstand eenvoudig beton, maar bij nader onderzoek ontdek je hun verfijnde bouw met oog voor detail. Steeds meer creatievelingen gebruiken verlaten gebouwen voor verschillende initiatieven. Neem nu La Grand Poste, aan de Quai Sur van de Maas. Ooit een postkantoor, maar tegenwoordig een foodhall en een creatieve community.
Media niet beschikbaar
‘Nu we het toch over gebouwen hebben…’, verkneukelt onze gids en wrijft daarbij in zijn handen. Jonathan trekt vragend een wenkbrauw op. De gids stuift behendig over stadse fietsstroken. Die soms plots verdwijnen, maar echt gek of gevaarlijk wordt het nooit.
‘Stop hier!’, roept onze gids. Met een zwaai ontwijk ik een paar metalen paaltjes. Als ik opkijk, ben ik blij dat ik een helm op heb met een bandje onder mijn kin. Die hield mijn onderkaak op zijn plaats, maar de verrassingskreet hield die niet tegen.
We staan op het plein voor het stationsgebouw Luik-Guillemins, ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. Sinds 2009 pronkt deze monumentale overkapping over de perrons en vertrekhallen. Een meesterwerk van glas en metaal.
Aan de rivier werd een beetje geknutseld. Veiligheid en scheepvaart zijn de voornaamste redenen. Door de deels kunstmatig aangelegde zijarm is het eiland Outremeuse ontstaan. De volkscultuur is een heerlijke mix van Belgische knusheid en de typische vriendelijkheid van andere culturen.
De wijk Outremeuse is ook dé plek voor StreetArt. Een route van 25 kilometer fiets je met gemak. Je komt wel 75 kunstwerken tegen. Levensgroot en briljant geschilder.
Ben je er op vrijdag? Dan is er een retromarkt op de Place Jehan-le-Bel en de Boulevard de la Constitution.
Media niet beschikbaar
Wat ook zo leuk is aan Luik, is dat je nergens grote groepen toeristen tegenkomt. Je blendt met de lokale bewoners. Zelfs in de leuke wijk waar trekpleister Montagne de Bueren is. Een monument van eind negentiende eeuw, gemaakt voor de slachtoffers in de vijftiende eeuw tijdens een verrassingsaanval op de troepen van Karel de Stoute en Lodewijk XI van Frankrijk.
Voor wie de sportschool mist tijdens een weekendje weg: 374 treden oprennen en jouw Rocky-momentje is gegarandeerd.
Het valt op dat links en rechts van de trap geen souvenirshops of dure eettentjes zijn geïnstalleerd. Er wonen mensen. “Die moeten toch wel in topconditie zijn”, denk ik hardop.
We lopen naar boven, naar de Citadel. De oktoberzon houdt gelukkig even pauze. Neemt niet weg dat het een goede klim is.
De Citadel deed dienst als verdedigingswerk, door de eeuwen heen. Al in de dertiende eeuw bedoeld om opdringerige mensen buiten de vesting te houden. Tussen de zestiende en negentiende eeuw werden de muren herhaaldelijk gesloopt, bedoeld en onbedoeld. In WOII was er zelfs een ziekenhuis en gevangenis. Tegenwoordig staan de muren er symbolisch. In een schaduwrijk park met een uitzichtplateau over de stad.
… dicht bij je mond. Bijt. Kauw en geniet van het luchtige deeg met een zoet laagje poedersuiker erop. Bij navraag blijken de wafels van Une Gauffrette Saperlipopette de beste Luikse wafels te verkopen.
Nog meer Belgisch eetgenot ervaren we als we ’s avonds bij As Oushès op de Place du Marché gaan eten. Het is donker, een straatlantaren verspreidt gelig licht op de kasseien, de bomen en een fontein. We wanen ons bijna in Frankrijk. Bijna, hè? Want het onmiskenbaar Belgische gerecht Stoofvlees met Friet herinnert ons aan waar we zijn.
‘Zijn jullie al rondom Luik geweest, in de groene heuvels?’, vraagt de ober. Met een mondvol warme friet schudden we van nee. ‘Aaah, demain, misschien?’.
Media niet beschikbaar
Met enige neiging tot treuzelen op het station van Luik, stappen we toch met de fiets in de trein. Een half uur later stappen we in Welkenraedt uit. Vandaag gaan we de groene omgeving van Luik verkennen. Over geweldige fietspaden, vroeger treinrails of jaagpaden. Nu heten die fietspaden RAVeLs en het systeem is heel simpel. Volg de borden en de namen of nummers. In ons geval 39, 38 en Ourthe.
De mooiste, of nou ja, een van de mooiste dorpen van Wallonië is Clermont-sur-Berwinne. ‘Stuur vast’, gilt Jonathan en voor ik kan reageren roetsjt hij al met een flinke vaart downhill, het dorp in.
We parkeren de fietsen bij de wijnranken naast de Sint Jacobus de Meerdere-kerk en struinen door de oude straten van dit dorp in het Pays de Herve. Zonder twijfel: dit is een mooi dorp op een al even zo mooie plek.
Op een stevige klim van 278 meter na is de fietstour vrij vlak en goed te doen. Zo fiets je door een dorp en rijdt daarna eindeloos relaxt over geasfalteerd bospad. De lucht is knisperend herfstfris, de hemel blauw, de bomen kleuren geel, groen, bruin en rood. Heuvels, grasvelden en hier en daar een huis. Allemaal op een half uurtje van downtown Luik.
Ruim 45 kilometer en zes uur later rollen we met de Ourthe aan een kant, het centrum van Luik binnen. We rijden er, ondanks onze e-bikes, zo’n zes uur over. Want ja, om de haverklap stoppen we en genieten dan van de rust en mooie omgeving.
De geluiden van de stad halen ons in. Daar rijdt de fonkelnieuwe tram, waarmee je ook als bezoeker op een heel fijne manier de bezienswaardigheden aan elkaar kunt hoppen. Voor een tientje kun je een hele dag cruisen met de T1.
Content Creator Kampioen
Bianca is redacteur voor KampeerKampioen en is vaak op zoek naar mooie kampeerstreken en campingparels. Zelf kampeert ze het liefst in een tentje en maakt graag lange fietstochten.
‘Ik zoek vakantiegeluk in en dicht bij ons eigen land. Zodra ik mijn twee fietstassen aan de bagagedrager hang, wakkert het fietsverlangen aan. Het ritme van de pedaalslagen en het zachte ratelen van de derailleur geeft rust. Ik geniet van kleine dingen om me heen, die toch heel groots aanvoelen. Ik lummel wat af tijdens zo’n fietstocht: op mijn rug liggen in het gras en naar de wolken kijken. Stilstaan om naar de vogels te luisteren. Een vroege duik in een meer. Zelfs een fikse regenbui krijgt me niet uit mijn humeur.’
Jonathan Andrew
1 september 2025